Maak de makreel schoon en verwijder het vel en de graten. Verdeel de makreelfilet in stukjes. Pers de citroen uit. Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd de appel in reepjes. Snijd de tomaat in vieren, verwijder de zaadjes en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes. Pel en snipper de ui. Hak de peterselie fijn. Schep in een kom de makreelfilet met appel, tomaat, ui, augurk, 2 el citroensap en peterselie door elkaar. Breng de salade op smaak met zout en peper. Leg de slabladeren met de bolle zijde naar beneden op 4 borden en schep de makreelsalade in de slabladeren. Serveer met Dageraadjes.