4 kleine of twee grote makrelen zout 1 halve liter vis- of kippenbouillon 2 deciliter kokosmelk 2 tenen knoflook 1 theelepel sambal ulek 1 ui 1 Spaanse peper 1 halve theelepel koenjit sap van een halve citroen 1 halve deciliter olie
Maak de makreeltjes schoon en snijd de koppen er af. Snijd ze daarna in drie stukken. Pel de knoflook en de ui en hak ze fijn. Verwijder de zaadjes uit de peper en snijd hem fijn. Verhit de olie in een pan en fruit hierin de gehakte ui glazig. De knoflook, de Spaanse peper en de sambal toevoegen en even mee laten fruiten. Giet de bouillon en de kokosmelk er bij. Voeg de koenjit, ook wel geelwortel of kurkuma genoemd, en het citroensap toe. Draai het vuur hoog en laat het tot de helft inkoken. Wrijf de makreel in met zout. Leg de stukken in de saus. Gaar ze in een kwartier met een deksel op de pan op niet te hoog vuur.