500 gram zeewolffilet peper en zout olie om te bakken 1 eetlepel maizena 3 winterwortels 2 appels 2 stelen bleekselderij 2 eetlepels goede olijfolie
Snijd de wortelen, de appels en de bleekselderij in handzame stukken. Druk ze door een sapcentrifuge. Laat het sap in een sauspan inkoken tot een vijfde van de oorspronkelijke hoeveelheid. Neem de pan van het vuur en roer de olijfolie er door. Snijd de zeewolffilet in 4 stukken. Bestrooi ze met peper en zout en bestuif ze met de maizena. Bak de zeewolffilets gaar en bruin in olie. Serveer de zeewolf met de saus en eventueel verse pasta.