Week de kapucijners een nacht in ruim water. Giet ze de volgende dag af en breng ze aan de kook met vers water. Voeg een beetje zout toe zodra de kapucijners koken. Draai het vuur iets lager en kook de kapucijners gaar. Giet ze af en vermeng ze met de mosterd en de gehakte rode ui. Schil de appels, verwijder het klokhuis en snij het vruchtvlees in kleine blokjes. Doe de appelblokjes in een pan met een bodempje water en stoof ze zacht. Besprenkel de appelblokjes met het citroensap en roer ze vervolgens door de kapucijners. Bak de merguezworstjes gaar in de zonnebloemolie. Verdeel de kapucijners over 4 borden en leg de merguezworstjes er op.