1 kilo tuinboontjes, gepeld 2 gehakte sjalotjes sap van 1 citroen zout en peper 1.2 deciliter olijfolie 1 kropsla 1 bosje waterkers 200 gram oude Beemsterkaas
Kook de tuinboontjes gaar met een beetje zout. Spoel ze koud onder de kraan en pel vervolgens ook het grijze dikke vlies van de boontjes. Doe de gehakte sjalotjes in een kom, samen met het citroensap, zout en peper. Druppel langzaam al roerende de olijfolie er bij. Verwijder de buitenste blaadjes van de kropsla. Snijd de binnenste blaadjes van de stronk los. Was ze en droog ze daarna in de slacentrifuge. Vermeng de slablaadjes met de waterkers en de tuinboontjes. Breng de salade op smaak met de citroendressing en verdeel het over 4 borden. Schaaf met een kaasschaaf stukjes van de Beemsterkaas. Plakjes zul je niet krijgen, waarschijnlijk brokkelt het. Strooi de kaas over de salade. Eet er geroosterd brood bij.